3. Laachus en de wonderen van de natuur

Vanaf de oever van het Laacher Meer is het via de Laacher Rundweg niet ver naar het kloostercomplex Maria Laach, waar tot op de dag van vandaag benedictijnse monniken wonen. Laachus bewondert de indrukwekkende romaanse abdijkerk en begrijpt meteen waarom dit een van de beroemdste bouwwerken van de Eifel is. Ontroerd laat Laachus deze plek van rust en spiritualiteit op zich inwerken en geniet hij van het gevoel van geborgenheid dat deze historische muren uitstralen. Na een pauze bekijkt hij vervolgens de omgeving van het klooster. In de prachtige kloostertuin ontmoet Laachus een heel vriendelijke tuinman. „Het bloeit en groeit hier zo prachtig dat ik niet eens weet waar ik eerst moet kijken”, prijst Laachus vol enthousiasme het werk van de tuinman. De tuinman straalt en luistert vervolgens aandachtig naar wat Laachus op zijn hart heeft. „Nou,” zegt hij, nadat Laachus hem heeft verteld dat hij een drijvende steen is, „één ding moet je weten: de natuur brengt ongelooflijke wonderen tot stand. Wees blij dat je anders bent.” Dat wil Laachus graag doen. Maar hij wil het ook begrijpen en weten waarom hij zo bijzonder is. De tuinman, die zijn hart eerder aan de planten dan aan de stenen heeft verpand, raadt hem aan de indrukwekkende rotsblokken in de Wolfskloof te raadplegen. Hij vertelt dat de Tönissteiner Bach daar in de loop van 13.000 jaar zijn bedding tot op de ondergrond door het landschap heeft uitgeslepen. Laachus wil de diepe, indrukwekkende vallei met zijn grandioze watervallen absoluut zien en de rotsen om raad vragen. En zo vervolgt Laachus zijn weg door de legendarische vulkaanregio Laacher See, om erachter te komen waarom hij kan zwemmen.

Locatiegegevens:

Kloostercomplex Maria Laach, 56653 Maria Laach